09 feb 2022

Neem deel aan de publieksraadpleging over hormoonverstorende stoffen

Vandaag hadden we het in de commissie Gezondheid en Gelijke Kansen over hormoonverstoorders. De Ecolo-Groen-fractie had hierover een hoorzitting met de FOD Volksgezondheid gevraagd omdat er momenteel een publieksconsultatie loopt over het NAPED, het nationaal actieplan voor hormoonverstoorders. 

De drempel om van je te laten horen in die publieksconsultatie, is volgens mij erg hoog, te hoog. Het plan begint immers met pagina's lange verklaringen van erg moeilijke afkortingen en begrippen. Toch loont het de moeite om even door te bijten, want er staan interessante zaken in het plan. Heb je daar geen zin in, maar wil je toch je stem laten horen? Dan vat ik het hier graag voor je samen.

HORMOONVERSTORENDE STOFFEN

Hormoonverstorende stoffen zijn chemische stoffen of mengsels van chemische stoffen die niet door ons lichaam zelf worden aangemaakt en die de werking van ons hormonaal stelsel verstoren, en zo nadelige gevolgen hebben voor onze gezondheid (of onze kinderen) als gevolg van deze verstoring.

Dat hormonaal stelsel is immers erg belangrijk omdat het de werking van verschillende organen in ons lichaam coördineert. Vergelijk het met de dirigent van een orkest: de muzikanten zouden zonder de dirigent perfect kunnen spelen, maar een harmonieus muziekstuk zou het niet worden. Zo kan het slecht functioneren van ons hormonaal stelsel ook leiden tot ernstige gezondheidsproblemen. 

Twee grote uitdagingen bemoeilijken een vlotte regelgeving en aanpak: je kunt niet zoals bij ‘gewone’ toxische stoffen bepalen dat hoeveelheid x van stof y meteen voor een schadelijk effect zorgt. Het zit ingewikkelder in elkaar. Tweede probleem: we worden er constant aan blootgesteld. Men noemt dat ook wel eens een ‘chronische’ giftigheid, waardoor schadelijke stoffen zich opstapelen. 

CHRONISCHE GIFTIGHEID

Hormoonverstorende stoffen zitten overal: 

  • In alledaagse producten als voedselverpakkingen, cosmetica, schoonmaakproducten, textiel, speelgoed, meubels…
  • In wat we eten: in vlees (via toegediende hormonen / medicatie) en in groenten, fruit en granen via restdeeltjes van pesticiden,
  • In het milieu (water, lucht, bodem)

KWETSBARE GROEPEN

Iedereen ondervindt schadelijke effecten van hormoonverstoorders, maar zwangere vrouwen en ongeboren kinderen zijn extra vatbaar. Ook jonge kinderen en pubers zouden eigenlijk geen hormoonverstorende stoffen mogen binnen krijgen, omdat hun hormonaal stelsel nog volop in ontwikkeling is. De HV’s hebben immers effect op onder meer ons voortplantingssteles, immuunsysteem. Zo werd van PFAS (een familie van chemische stoffen die een hormoonverstorend effect zouden hebben) beweerd dat het ons minder vatbaar zou maken voor de werking van vaccins, hersenontwikkeling, schildklier… 

Alleen in Europa hebben de hormoonverstorende stoffen een geschatte kost tussen de 150 en de 200 miljard euro per jaar. Het merendeel van de kosten zou naar schatting te wijzen zijn aan de blootstelling aan pesticiden. In België wordt de kost geschat op 4,4 miljard euro per jaar. 

Uiteraard ondervindt niet alleen de mens nevenschade van deze stoffen: de effecten gelden voor veel soorten, ook niet-zoogdieren. 

WAT DOET EUROPA? 

Sinds 2006 bestaat de REACH-regelgeving, die producenten en importeurs van schadelijke stoffen de verantwoordelijkheid geeft om informatie te verstrekken over de eigenschappen (en risico’s) van hun producten voordat ze op de Europese markt worden toegelaten. 

De CLP-regeling moet zorgen voor een wereldwijd geharmoniseerd systeem voor de indeling en de etikettering van chemische stoffen. En dan zijn er nog richtlijnen over cosmetische producten, pesticiden, kunststof die met voeding in aanraking komt, speelgoed, afvalstoffen, productveiligheid… Sinds 1999 zijn er een rist strategieën gestemd waar de in de realiteit nog weinig van merken is. 23 jaar na de eerste verordening is er nog altijd geen gestandaardiseerde regelgeving op het gebied van hormoonverstorende stoffen, hoewel het dringend noodzakelijk is de blootstelling van de bevolking én het milieu te verminderen. De oorzaak zit niet altijd in een gebrek aan ambitie of politieke wil, maar wel bij de invloed van enorm veel belangengroepen en lobby's die vrezen voor economische schade in hun sector als Europa resoluut voor de gezondheid van de burgers zou kiezen. Die laatste stelling werd trouwens bevestigd door Sandrine Jouan, de piloot van het NAPED op de FOD Volksgezondheid, tijdens de hoorzitting vandaag.

WAT DOET BELGIË?

Sinds 2003 moet het Nationaal Actieplan Leefmilieu en Gezondheid de acties op alle niveaus coördineren. In 2018 stemde de Senaat onder impuls van toenmalig Groen-senator Petra De Sutter  een informatierapport met 72 aanbevelingen over hormoonverstoorders: er was politieke consensus en een reeks praktische richtsnoeren om aan de slag te gaan. Daaruit kwam in 2019 de regeringsbeslissing om het NAPED op te starten, waarvan nu een eerste versie voorligt voor publieksconsultatie.

België sloot zich ook aan bij enkele Europese landen die een lijst uitwerkten met hormoonverstorende stoffen en die op een website plaatsen. Bezorgde consumenten kunnen daar opzoeken of een ingrediënt op de lijst met zorgwekkende stoffen staat of niet.

WAT STAAT ER IN HET NAPED?

Naast een inleiding (die ik hierboven heb samengevat) lijst de FOD Volksgezondheid alle acties op waar ze de komende jaren aan gaan werken. Ze doen dat in drie delen:

  1. Preventie
  2. Regelgeving
  3. Wetenschappelijk onderzoek

Mijn grote bezorgdheid bij dit NAPED is dat het niet de bevoegdheid heeft om hormoonverstorende stoffen gewoon te verbieden. Dat is immers Europese regelgeving en die evolueert erg log. Mijn zoon, die geboren is in het jaar dat de REACH-regelgeving van start ging, zal volwassen zijn tegen het moment dat we effectief hormoonverstorende stoffen van onze markt gaan weren. 

Omdat de opmakers van het plan wel inzien dat we iéts moeten doen, zetten ze daarom groot in op enerzijds wetenschappelijk onderzoek, en anderzijds bewustmaking bij overheden, het publiek én de sector. Met mijn verleden bij Velt en als blogger op I Love Eco ben ik erg begaan en bedreven in die bewustmaking voor het grote publiek en in het bijzonder de kwetsbare doelgroepen.

Het signaal dat het plan daarmee geeft, komt bij mij over als volgt: “Een gezonde leefomgeving waarin geen hormoonverstorende stoffen zitten, kunnen we jullie niet garanderen. Daarom vragen we jullie om zelf erg bezorgd te zijn en producten waarin de stoffen zitten, te vermijden.” En daar heb ik het moeilijk mee, want ik geloof in een samenleving waarin beleidsmakers opkomen voor de gezondheid van de burgers en niet alleen voor de belangen van de economie. Toch geloof ik ook in de kracht van de consument om industrieën te beïnvloeden.

WELKE OPMERKINGEN HEB IK MEEGEGEVEN?

Tot 14 februari kun je dus je bezorgdheden over het NAPED meegeven. Je vindt hier hoe je dat kan doen. Hier kun je mijn tussenkomst in de hoorzitting van vandaag herbekijken. Hieronder geef ik een paar opmerkingen die ik zelf doorgaf via de website van de FOD. Het kan je inspiratie geven om ook van je te laten horen.

Mijn grootste algemene opmerking is: er ontbreekt een pijler ‘verboden’. Wij als bewuste burgers vragen immers dat de overheid erover waakt dat hormoonverstorende stoffen niét terecht komen op onze markt en in onze economie en vragen een onmiddellijk verbod op de verkoop ervan. 

Bij de eerste pijler – de preventie – gaf ik een bekommernis mee voor de bewustmaking voor het grote publiek (dat is actie A2): “maak de producten met hormoonverstorende stoffen moeilijk toegankelijk: label ze met grote waarschuwingen (zoals bij sigaretten gebeurt), verkoop ze enkel achter een toonbank (zodat de verkoper kan informeren), werk met BTW en accijnzen zodat de producten met HV’s duurder en de producten zonder HV’s goedkoper worden. 

Bij de tweede pijler – de regelgeving – toonde ik mijn bezorgdheid over de alternatieven: zet hier maximaal op in, zodat de industrie geen reden tot lobby heeft omdat hun producten ‘onvervangbaar en noodzakelijk’ zouden zijn. Dat zit bij actie B5.

Bij actie B4 over doeltreffend communicatiemateriaal gaf ik de opmerking mee dat het toegankelijk moet zijn en proactief moet kunnen inspelen op bezorgdheden die leven. 

In de pijler C: wetenschappelijk onderzoek wordt in actie C1 als doel vooropgesteld om een netwerk van deskundige wetenschappers samen te brengen. Mij lijkt het nuttig dat hier ook communicatie-expert, gedragswetenschappers en ervaringsdeskundigen zitten, zodat acties meteen een goede output hebben.

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.
Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren